Omstreeks acht uur trekt er een lichte sneeuwstorm over de streek.
Dikke vlokken, veel wind.
Het moment om een heel klein beetje wildheid te proeven.
Niets episch. Gewoon een ommetje in de buurt.
Vlokken vlagen zich in je gezicht.
Geen andere wandelaars tegengekomen.
Wel deze paarden met hun licht zenuwtrillende, besneeuwde vachten.
Manen neergeslagen door sneeuw - weegt die dan niet nauwelijks iets?
Ze komen dichterbij. Ze kennen de mensen.
Ze vertrouwen ons. Grotendeels toch.
Zeker als het winter is. Kilte zoekt warmte.
Kom maar dichterbij, mens, en zie ons hier staan.
Ik blijf lang naar hen kijken. Ik neem wat foto's.
Die foto's fluisteren hen toe: jullie zijn prachtig. Jullie zijn krachtig.
En dan die zachte, altijd licht weemoedige paardenogen -
hondstrouw, had ik bijna gezegd.
Zin om de prikkeldraad over te springen, manen en flanken te strelen,
je in indianenstijl op een van hun ruggen te slingeren.
Als man te paard een spoor trekken alsof je zelf, verdubbelde mens,
op handen en voeten door de sneeuw hebt gegaloppeerd.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten