H O E F I J Z E R
= = = = = = = = = =
Jongste kleindochter is ponygek, paardengek.
Alles wat met paarden te maken heeft: daar gaat ze!
Ze verzamelt. Ze krijgt. Ze stalt uit. Ze tekent. Ze speelt.
Ja, ook letterlijk loopt ze graag te galopperen op haar stokpaardje.
Op een van onze kasten ligt een klein hoefijzer.
Kleindochter ziet het voor de eerste keer bewùst liggen.
Het blinkt in haar ogen, natuurlijk.
Ze vraagt spontaan: “Mag ik het hebben?”
Ik zeg: “Natuurlijk - ja toch, oma?”
Ik ben verbaasd. Oma zegt nee!
Tegen een kleinkind! Dat is niet van haar gewoonte.
Maar oma legt uit:
“Ik kreeg het van jouw vader, mijn schoonvader.
Hij vond het ooit op straat en nam het spontaan mee.
Hij zette het in de zilververf.
Hij heeft het speciaal aan mij gegeven.
Hij wou zeggen: ik wens je geluk, bescherming, kracht.”
Jawel, hefijzers, boven de deur gehangen, met de opening naar boven -
zo vang je het geluk op en bewaar je het.
Ik ben ontroerd.
Ik vond het een mooi gebaar van mijn vader.
Mijn vrouw vond het een mooi gebaar van haar schoonvader.
Kleindochter - natuurlijk begrijpt ze het nu.
Ze weet heel goed:
een of andere keer heeft oma nog wel iets anders voor mij in petto.
Opa denkt: één of andere keer?
Wees maar zeker: nog vèle, hèle vele keren, meisje!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten