Praat met de mensen.
Je komt iets aan de weet
dat je nog niet wist
en dat goed
en menselijk
wenselijk is
om zoiets
te weten -
het komt je
ooit van pas.
Het wordt iets
uit je kleine leerschool
van het grote leven.
N O O D
V E R J A A R D A G
Vorig jaar vierde ik mijn verjaardag.
Vijfentwintig geworden.
Ik ben dus van dat fameuze millenniumjaar.
Iedereen was bang voor de millenniumbug.
Weliswaar ben ik van hout gemaakt.
Ceder, palissander.
Klankhout, altijd speciaal.
Zo dienstbaar aan een maker en een speler.
Een instrument is een verlengstuk
voor wie er op speelt.
Ook al is het eenvoudig: het resoneert.
Iets van jou binnen met iets daarbuiten.
Er staat een geboortekaartje in mij.
2000 dus, een kwarteeuw. Waar is de tijd?
Ondertussen heb ik er een paar
broertjes en zusjes bij gekregen.
In notelaar, pruimelaar, kerselaar, esdoorn, epicea…
Niemand behalve maker en speler
keken ooit al in mij naar binnen, denk ik.
De meesten zijn niet zo geïnteresseerd.
Iedereen heeft een andere passie.
Iedereen beleeft op zijn manier
aan andere dingen vreugde.
Het kan allemaal!
Hoe mijn Geschwister heten?
Ikzelf ben Les Arbres.
Er is Les Cygenes.The Wheels ook.
Les Libellulles.Tante Jeanne.
Oriana is ook van de familie.
Eentje zweeft nog wat heen en weer
wat betreft naamgeving.
Voorlopig heet zij Slankie Elegantie.
Ik heb nog nooit aan iemand bekend
dat ik zoveel familie heb.
P A L I N D R O O M
- - - - - - - - - - - - - - -
Ik leef nogal losjes agendaloos.
Veel op intuïtie, zin.
Iets dat je op voelt komen.
Het juiste moment voor iets.
Niet altijd een goed idee.
Ik neem me voor,
zoals voorheen wel vaker:
ik maak een plan.
Ik voer het dan ook uit!
Maar dan verander
ik weer van koers.
Ik schipper.
Ik zit tussen twee stoelen.
Ken je dat liedje:
“Kiezen!”? Moeilijk!
Ik denk aan dit alles
omdat het plots in me opkomt,
uit mijn lessen Nederlands.
Het gaat om een palindroom,
Een woord dat terug loopt.
Je kan het evengoed lezen
door achteraan te beginnen.
Het blijft krek hetzelfde.
Het is in dit geval een slogan.
Iets groots dat verwezenlijkt werd.
Ik neem me voor om het
vanaf nu als een soort mantra
in me op te blijven zeggen.
Stick to your plan.
Daar komt het op neer.
Hier is het palindroom.
Lees het van voor naar achter,
evengoed van achter naar voor.
“A MAN, A PLAN, A CANAL: PANAMA!”
Denk alle komma’s weg.
Denk alle voorbehoud weg.
Graaf je eigen meesterwerk!
Simpel. Begin met een sterk plan.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
https://youtu.be/QCev0TwwrhA?si=oBi9U1464QoCgxEk
Zeggen - of niet
= = = = = = = = =
Dat wat hen op het hart ligt,
Dat, waarover ze binnenin struikelen,
Dat wat hen kwelt,
Wat hen bezig houdt, obsessioneel,
Dat wat hen grijpt,
Overweldigend,
Recht naar hun keel…
Wat mensen eigenlijk
Gezegd willen krijgen
Maar waarover ze
Door zichzelf of
Door anderen of
Door omstandigheden
Maar moeten zwijgen…
Den BOVEN
= = = = = = =
“Den boven” van mensen.
Je komt er zelden of nooit.
Omdat daar meestal de slaapkamers zijn.
Slaapkamers zijn geheim.
Een babykamer: geen probleem.
Je wil die schattigheid delen.
Een kinderkamer:hoe gezellig.
Wat speelgoed. Al die zachte knuffels!
Een puberkamer.Hoe gezellig rommelig.
Posters. Favoriete dingen.
Laptop. Iets om te gamen.
Het studiehoekje: hou het maar klein.
Geen gsm. Proberen: niets leidt jou af.
Als het zo simpel maar was.
Maar grotemensenkamers.
Zelden of nooit betreedbaar.
Tenzij: kom eens kijken, nieuw meubilair!
Een waterbed, misschien.
Of pas herschilderd, nieuw behangen.
Dan ligt het bed mooi opgemaakt.
Waw, mooi set dekbedovertrek! Leuke plek!
Dan slingert er niets op de grond.
Niet dat er bij oudere mensen
nog zoveel rondgeslingerd wordt.
Maar, grotemensenkamers blijven hoedanook iets privé.
Niets voor niets zegt men: slaapkamergeheimen.
De plek van de private parts ook.
En voor dat andere, mooie Engelse woord: pillow talk.
Hoofdkussenpraat.
Ja, laat hem maar waar hij thuishoort…
H O E F I J Z E R
= = = = = = = = = =
Jongste kleindochter is ponygek, paardengek.
Alles wat met paarden te maken heeft: daar gaat ze!
Ze verzamelt. Ze krijgt. Ze stalt uit. Ze tekent. Ze speelt.
Ja, ook letterlijk loopt ze graag te galopperen op haar stokpaardje.
Op een van onze kasten ligt een klein hoefijzer.
Kleindochter ziet het voor de eerste keer bewùst liggen.
Het blinkt in haar ogen, natuurlijk.
Ze vraagt spontaan: “Mag ik het hebben?”
Ik zeg: “Natuurlijk - ja toch, oma?”
Ik ben verbaasd. Oma zegt nee!
Tegen een kleinkind! Dat is niet van haar gewoonte.
Maar oma legt uit:
“Ik kreeg het van jouw vader, mijn schoonvader.
Hij vond het ooit op straat en nam het spontaan mee.
Hij zette het in de zilververf.
Hij heeft het speciaal aan mij gegeven.
Hij wou zeggen: ik wens je geluk, bescherming, kracht.”
Jawel, hefijzers, boven de deur gehangen, met de opening naar boven -
zo vang je het geluk op en bewaar je het.
Ik ben ontroerd.
Ik vond het een mooi gebaar van mijn vader.
Mijn vrouw vond het een mooi gebaar van haar schoonvader.
Kleindochter - natuurlijk begrijpt ze het nu.
Ze weet heel goed:
een of andere keer heeft oma nog wel iets anders voor mij in petto.
Opa denkt: één of andere keer?
Wees maar zeker: nog vèle, hèle vele keren, meisje!