maandag 12 januari 2026

Jan Koetsier & co

 Jan Koetsier en co

= = = = = = = = = = 


Soms doe ik het wel eens:

Kinderliedjes gaan zingen in een of ander klasje.

Klasje van een kleinkind, meestal. 

Zoals nu, in een eerste leerjaar.

We hebben allemaal sympathie voor dat jaar.

Er gebeurt zoveel in, er neemt zoveel in toe. 

Leesvaardigheid. Cijfervaardigheid. Groei.

Bij Meester De Meester. Bij Juf De Juf.


Ik had genoeg liedjes voorzien, een mapje vol.

Een krullebolmeisje vroeg: 

‘Staan daar al de liedjes van de hele wereld in?”

Dat vond ik zo vertederend, zo kinderlijk naiëf.

Een mens zou het wel willen, natuurlijk.

Maar de liedjes die je hart hebben, zijn al genoeg. 

Of ze eenvoudig zijn, of moeilijker. 

Of ze in je moedertaal zijn, of in een andere.

Of je ze zelf gemaakt hebt, of niet. 

Of ze bekend zijn, of niet.

 

Ik zong een liedje over een waar gebeurd feit. 

Voorval in de tuin van die kleinzoon. 

Een koperwiekje dat zich te pletter vloog tegen hun tuinraam.

Het wrong aan ons hart, het deed ons verdriet. 

De kleinkinderen maakten een grafje met een kruisje. 

Voor dat vliegvogeltje van een nooit eerder live geziene type.

We sloten die lijsterfamilie meteen in ons hart. 


Er hingen veel posters van dieren aan de wanden van het containerklasje. 

Van een giraf met een lange nek: liedje.

Van paardjes in galop of met een koets: liedje.

Van pelikanen of olifanten of krokodillen: een liedje. 

Van hanen of ezels of gekke-bekken-apen: liedjes.

Wat best in de smaak viel: zotte toestanden, snelle ritmes.

Of de jongens uitspelen tegen de meisjes!

Wie zingt het mooist, wie kan het luidst?


Het was gezellig. Je hoorde de regendruppels op het dak. 

Je had zicht op de kerktoren met bonzende klokken. Drie uur!

Er was een pauze. Er was frisse moed. 

De juf in volle zwier. De juf toch kordaat.

Kordaat, dat komt altijd van pas met kinderen. 

Ik zei: jullie worden hier duidelijk zo in de watten gelegd!

Blinkende kijkoogjes, bij de een al wat meer dan bij de ander. 

Zingende engelenstemmetjes, bij de een al wat engelser dan bij de ander. 

Stapelliedjes. Kampvuurliedjes. Stappersliedjes. 


Het was een plezier. 

Er waren wat vonkjes. 

Er was prettig gegenster. 


Ik ben van vroeger. Ik ben nog van de vaste telefoon.

Ik ben nog van het dialect. Ik ben nog van de brieven. 

Ik ben nog van de cassetjes. Ik ben van vroeger. 


Ja, ik ben oud. 

Af en toe, gelukkig, voel je je ook nog wel eventjes, 

met de kinderen mee, ontdekkingsvol jong. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten