zaterdag 10 januari 2026

 https://youtu.be/aQTxuJ7_bEk?si=O85h-khHHHbCgAqM


Achttien jaar geleden, zie ik.

Een eenvoudig gedicht van Jan Hanlo. 

Toch terecht bekend. 

Het stond ook in een van onze handboeken Nederlands.

Zoon Wieland had nog zijn lange haren. 

Nu heeft hij zelf drie kinderen, god zij dank!

Hij drumde graag en goed. 

Daar is nu nog zelden de tijd voor. 

Kinderen. Werken. Een huishouden. Hobby's van de kinderen.

Ik was goed 50. Nu ga ik naar de zeventig toe. 

Ik speel hier hommel. 

Op een instrument van Christophe Toussaint uit de Vogezen.

Met o.a. notelaar van een boom van op zijn eigen erf. 

Zelf afgezaagd. Zelf verzaagd. Tot een zingend instrument gemaakt. 

Bedankt, het was prettig hem daar op te gaan halen, met de trein. 

Tot aan het station van Remiremont. 

En dan met een stinkkaas uit de streek erbij tevreden terug naar huis. 

Het was een vrijdagavond. 

De schoolmeisjes op de trein keken rond waar die kaasgeur vandaan kwam. 

Ik gebaarde alsof ik van niets wist. 

Maar: ik had deze hommel mee, die ik Les Cygnes doopte. 

Naar de tekening op de kop. Ook werk van de man. 

Blij dat dit in mijn leven was. En nog is. 

Ik kan bijna niet wachten om hem nu voor mij te leggen.

Ik speel dit liedje: God, zegen Knak. 

En allen die ons voor gingen, stervende, mensen en dieren. 

Een eindeloze rij, niemand hoeft het ons te zeggen. 

Ooit schuiven we er ons in, deel van de keten. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten